Leer bewerking


Informatie over leerbewerking

Lijmen
Dit lijkt niet moeilijk. Het is echter wel belangrijk dat u de lijm gebruikt die geschikt is voor de te verlijmen materialen.
Moet leer op leer vastgeplakt worden en niet meer loslaten, dan gebruikt u neopreenlijm. Uiteraard eerst het leer opruwen. Dan allebei de kanten insmeren met de lijm. De lijm laten drogen (instructie zie verpakking) en de delen op elkaar plakken en vastkloppen of persen. Let op: vast is vast. Verschuiven gaat niet.
Wilt u echter een tijdelijke hechting, bijvoorbeeld als het leer daarna toch aan elkaar gestikt/genaaid wordt, dan kunt u rubbercementlijm gebruiken. Het voordeel is dat het leer nog verschoven kan worden en de lijm niet aan de naald blijft plakken. Ook is het als de lijm opgedroogd is nog mogelijk het gelijmde stuk los te halen. Er is niet één soort lijm die voor alle doeleinden geschikt is, helaas.

Meten & Snijden
Niets is zo belangrijk als het opmeten en het snijden van leer. Als dit niet nauwkeurig gebeurd, kan dit effect hebben op uw hele werkstuk. Om fouten te voorkomen is het raadzaam eerst patronen te maken. Merk foutjes en beschadigingen in het leer door met een zilverpen een rondje erom te zetten. Hierna legt u alle patronen op het leer. Met een beetje schuiven en puzzelen hebt u weinig snijverlies. Het snijden van leer kan met verschillende messen. Zo kunt u een tinames (=schoenmakersmes), een halvemaanmes of een Martormes gebruiken. Laat u niks aanpraten en gebruik het mes waar u het beste mee overweg kunt. U bent tenslotte degene die ermee moet werken. Voor een mooie resultaat helpt het een goede ondergrond en een scherp mes te gebruiken. Liefst een kunststof snijplaat als ondergrond, zodat uw leer plat ligt en uw messen scherp blijven.

Naaien
Waarschijnlijk is dit een van de oudste technieken. Met de hand naaien kan op verschillende manieren.
Met een handnaaiapparaatje, waarbij u een draad als lusje door het materiaal (b.v. leer) steekt en een 2e draad door deze lusjes rijgt. Deze manier van naaien gaat snel, maar gaat de draad door b.v. slijtage kapot, dan gaat het hele stikwerk rafelen.
Een tweede manier is het naaien met 2 naalden en 1 draad, waarbij u de draad met aan elk uiteinde een naald langs de bovenkant en een aan de onderkant van het materiaal door hetzelfde gat steekt. Als u hierbij zorgt, dat de draad een soort knoop vormt in het gat, gaan er bij slijtage slechts enkele steken verloren.

Schalmen
Het dunner maken van leer. Niet te verwarren met splitten. Bij splitten, wordt het hele stuk leer dunner gemaakt. Schalmen wordt gedaan om een stuk leer makkelijker te kunnen vouwen of omboeken. Het is niet altijd nodig, maar kan zorgen voor een mooier resultaat. Bijvoorbeeld door het leer dat dubbelgevouwen wordt bij de gesp wat dunner te schalmen, zeker als dit gedeelte aan een tas bevestigd moet worden. De overgang van het gespstukje naar de tas is geleidelijker, minder grof. Schalmen gaat het beste als het leer op een harde ondergrond ligt. Bijvoorbeeld een glasplaat. U hebt een scherp mes nodig, zoals een (gebogen) tinames, een halve maanmes of een schalmmesje.

Stempelen
Deze techniek is tijdrovend, maar de resultaten mogen er wezen. Een riem, tas of zadel opleuken kan al met een paar stempels. toch blijft het vaak niet bij een paar stempels. Er zijn vele verschillende stempels met elk een eigen doel binnen een werkstuk. Dit klinkt misschien een beetje raar, maar los van de figuurstempels met een kant en klare afbeelding (b.v. van een adelaar of paard), zijn er stempels om schaduw, achtergrond, schubben, diepte enz. mee te maken. Stempelen begint met een stuk plantaardig gelooid leer. Meestal wordt er tuigleer gebruikt. Een harde (niet verende) ondergrond, een houten of ruwhuiden hamer, rondsnijmes, stempels, water en een spons. Maak het leer goed nat met een spons. Zodra de kleur weer een beetje lichter wordt kunt u gaan snijden en stempelen. Zorg dat het leer vochtig blijft. De inprint van de stempels is dan mooier.

Verven
Verven is een van de moeilijkste technieken. U kunt met een kwastje, spons, dobber of airbrush verf aanbrengen. Er zijn diverse soorten leerverf. Een dekkende verf waarbij de verf als een dun laagje op het leer ligt. Lederbeits die als een inkt in het leer trekt. En verfsoorten die beide eigenschappen hebben. Verven of kleuren van leer gaat het beste als het leer schoon (niet vet) is. Zorg echter altijd voor voldoende afzuiging en bescherming van uw handen en kleding.

Vlechten
De techniek van het vlechten komt veelal uit Australië. We denken dan vooral aan gevlochten zwepen. Dit is echter niet het enige wat er gemaakt/gevlochten kan worden. Ook bijvoorbeeld paardenhoofdstellen, riemen en knopen kunnen met diverse vlechttechnieken een heel apart resultaat opleveren. Het rijgen van leren veters, wordt vaak gedaan om de randen van een zadel of tas te verfraaien.

Vormen
Deze vorm van leerbewerken wordt gebruikt om bijvoorbeeld messchedes te maken. Plantaardig gelooid leer laat zich goed vormen. Dat wil zeggen, als het leer in heet water (warmste uit de kraan) gedrenkt wordt, is het makkelijk over een mal of voorwerp de vormen. Het leer wordt bijna zo soepel als een zeem en zodra het opgedroogd is, behoudt het de vorm. Als ondergrond voor het vormen is het handig een triplex of multiplex plaat gebruiken, waarop u het leer vast kunt nieten of spijkeren. Het voorwerp waarom u het leer wilt vormen, kunt u met dubbelzijdige tape aan de plaat plakken, zodat het niet verschuift. Tijdens het vormen moet u de nieten of spijkers regelmatig opschuiven voor een strak resultaat. Houdt u dus een tackswipper of nietwipper bij de hand. Let op: het leer krimpt in het droogproces. Zorg er dus voor dat het leer met nietjes of spijkers goed vastgezet wordt. Dat het leer krimp kan een voordeel zijn. Maakt u een hoes voor een zakmes, dan zal dit mes vastgeklemd zitten in het leer. Het mes is er makkelijk uit te halen, maar zal er niet vanzelf uitvallen. Tip: Een strakke, scherpe hoek maken is lastig. Om het droogproces, vooral bij de bewerkelijke scherpe hoeken, te versnellen kunt u een fohn (haardroger) gebruiken, uiteraard niet te dicht bij u werk houden.